1 op de 7 baby’s niet opgevolgd door pediater of huisarts

21/11/2016
Tijdens de eerste 2 levensjaren zijn ze nog zo fragiel, onze kleintjes. Regelmatige bezoekjes aan de pediater of huisarts zijn dan ook erg belangrijk. Uit de KidOscope, de barometer voor de gezondheid van kinderen van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, blijkt echter dat 1 op de 7 baby’s helemaal geen referentiearts (pediater of huisarts) heeft. Bij kwetsbare gezinnen (RVV-gezinnen en eenoudergezinnen) is dat zelfs 1 op de 5 baby’s. Een zorgwekkende vaststelling!

De huisarts of de pediater?

Wie is de referentiearts van onze kinderen: de huisarts of de pediater? De Onafhankelijke Ziekenfondsen bogen zich over de kwestie. Sommige resultaten lijken evident, andere zijn dan weer verrassend…

  • Tot de kleuterklas volgt meestal een pediater onze kinderen op. 36% van de baby’s van 0 tot 2 jaar gaat regelmatig op raadpleging bij een pediater, terwijl 15% enkel een huisarts ziet en 35% wordt opgevolgd door beide zorgverleners. Aan opvolging geen gebrek dus.
  • Een verrassing is het niet: de bezoekjes aan de pediater dalen met de leeftijd. Vanaf de leeftijd van 3 jaar stijgt het aantal kinderen die alleen opgevolgd worden door een huisarts tot 35%, bij tieners (13-18 jaar) gaat het zelfs om 60%.
  • Hoe groter de kinderen, hoe minder opvolging door een arts: 1 op de 4 kleuters gaat nooit bij de pediater of huisarts. Vanaf 7 jaar gaat het om 1 op de 3 kinderen.
  • Zeer opvallend: 1 op de 7 baby’s wordt noch door een pediater noch door een huisarts opgevolgd. Een percentage dat stijgt tot 19% bij baby’s uit RVV-gezinnen en tot 18% bij baby’s uit eenoudergezinnen. Kortom, 1 op de 5 baby’s. Dit hoge percentage van baby’s zonder referentiearts is zorgwekkend voor de opvolging van de gezondheid van onze kinderen.

Dr De TemmermanHet advies van een expert: "De referentiearts als aanvulling op de opvolging door Kind en Gezin”
Waarom is het zo belangrijk dat jonge kinderen regelmatige medische opvolging krijgen, zelfs als ze niet ziek zijn? Dokter Dominique De Temmerman, pediater in het Erasmusziekenhuis van Brussel, geeft tekst en uitleg.
Dr. Dominique De Temmerman : "Kinderen van 0 tot 2 jaar worden op verschillende manieren opgevolgd. Het gaat voornamelijk om Kind en Gezin, de huisarts en de pediater. Het is niet de missie van Kind en Gezin om ziektes te behandelen. Ze hebben eerder een preventieve rol. Hun aanpak is gestandaardiseerd, ze toetsen het kind volgens de bestaande normen op vlak van gewicht, lengte, hoofdomtrek, ontwikkeling,… Ze richten zich op het grootste deel van de bevolking en bereiken daar 85% van. Een waardevolle opvolging die zijn doeltreffendheid in het verleden genoeg bewezen heeft.
De referentiearts (huisarts of pediater) vormt daar een aanvulling op. Naast de behandeling van ziektes heeft hij een extra troef: de persoonlijke aanpak. Hij pakt de aandoeningen aan die 8 à 10 keer voorkomen in het eerste levensjaar van een kind en dat zowel preventief als curatief. Door de regelmatige bezoekjes kent de referentiearts het kind door en door. Hij kent de medische geschiedenis en de gezinsomgeving, waardoor het makkelijker is om een eventuele chronische of ernstigere ziektes op te merken. Dit soort arts-patiëntrelatie doet ook het aantal bezoeken aan de spoeddiensten dalen, waardoor die zich kunnen focussen op de zware en dringende gevallen.

Thématiques: 

Titre: 

1 op de 7 baby’s niet opgevolgd door pediater of huisarts