Aan welke zorgverleners vertrouwen we de opvolging van onze kinderen toe?

21/11/2016
Naast de pediater en huisarts zien onze kinderen nog andere zorgverleners. Om welke gaat het en op welke leeftijd gaan de kleine Belgen op raadpleging? Je ontdekt het in de resultaten van de KidOscope, de barometer voor de gezondheid van kinderen van de Onafhankelijke Ziekenfondsen.

Tandarts, NKO-arts, dermatoloog, ... welke zorgverleners volgen onze kinderen op? 

  • Slechts 1 op de 2 kinderen gaat naar de tandarts. Kinderen gaan trouwens pas echt naar de tandarts vanaf de leeftijd van 3 jaar. Tussen de 7 en de 18 jaar verbetert de situatie, dan nestelen 7 op de 10 kinderen zich in de tandartsstoel.  Een aantal dat toch hoger zou moeten liggen, zeker als je weet dat een jaarlijks controlebezoek aanbevolen is en dat de ziekteverzekering preventieve en curatieve verzorging volledig terugbetaalt voor kinderen.
  • De spoeddienst in ons land is nog te populair. 1 op de 5 kinderen zit minstens 1 keer per jaar op de spoed. Bij de 0- tot 2-jarigen is dat 1 op de 3.
  • Meer dan 1 op de 7 kinderen gaat minstens 1 keer per jaar naar de oogarts. Dat percentage verschilt in functie van de leeftijd: bij baby's is het laag (6%), maar vanaf de overgang naar de kleuterschool neemt het toe tot aan de adolescentie (19% van de 7-12-jarigen). Gezichtsproblemen worden meestal ontdekt op de schoolbanken, maar bestonden misschien al eerder.
  • Ook de raadplegingen bij de dermatoloog komen vaker voor naarmate het kind opgroeit: van 5% bij baby's tot 17% bij tieners. De adolescentie, met al zijn hormonale schommelingen, is een periode waarin huidproblemen als acne de kop durven op te steken.
  • Bij de NKO-arts gaat 1 op de 5 kinderen van 3 tot 6 jaar. Baby's en kinderen uit de lagere school (7-12 jaar) gaan er vaker naartoe (12%).  Bij tieners daalt het percentage tot 7%.
  • 1 op de 10 kinderen uit de lagere school gaat minstens een keer per jaar naar de logopedist.
  • De psychiater krijgt maar zelden kinderen over de vloer: 4% van de kinderen uit de lagere en de middelbare school heeft minstens één raadpleging per jaar.
  • 18% van de jonge meisjes tussen 15 en 18 jaar raadpleegt een gynaecoloog. Dit percentage ligt waarschijnlijk lager dan het aantal seksueel actieve meisjes. Misschien worden zij opgevolgd in een centrum voor gezinsplanning (waarover de ziekenfondsen geen gegevens hebben).

En wat met onderzoeken?

Het gebeurt natuurlijk ook dat kinderen technische onderzoeken en handelingen moeten ondergaan. Om welke gaat het? Onderzoeken van klinische biologie (bloedcontrole, urinestaal, ...) en diagnostische radiologie (radiografie, echografie,...) komen het meest voor.

  • Meer dan 1 op de 4 kinderen ondergaat minstens één radiologisch onderzoek per jaar, ongeacht de leeftijd. Baby's vormen hierop geen uitzondering: 1 op de 4 ondergaat minstens één onderzoek per jaar. Adolescenten spannen de kroon met 1 op de 3.
  • Bijna 1 op de 3 kinderen ondergaat elk jaar een onderzoek van klinische biologie, alle leeftijden samen. Bij baby's is dat 1 op de 4. Bij tieners stijgt dit aandeel tot 31%. Het laagste cijfer zien we bij de lagereschoolkinderen: 24%. Met diagnostische tests in de kraamkliniek (waaronder opsporingstests) hielden we in deze studie geen rekening.

Meer info!

Wil je meer weten? Raadpleeg onze studie!

Thématiques: 

Titre: 

Aan welke zorgverleners vertrouwen we de opvolging van onze kinderen toe?