De zwangerschap en bevalling in enkele cijfers

22/11/2016
De zwangerschap en de geboorte van een kind zijn unieke momenten. Elke vrouw bereidt zich op haar eigen manier voor en beleeft deze mijlpalen ook anders. Daarom analyseerden de Onafhankelijke Ziekenfondsen de medische opvolging die ermee gepaard gaat.

Opvolging van de zwangerschap

Uit de gegevens van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat er bij toekomstige moeders grote verschillen zijn in de opvolging van de zwangerschap en de voorbereiding op de geboorte.

  • Niet echt verrassend, maar alle toekomstige moeders raadplegen een gynaecoloog tijdens hun zwangerschap, met een gemiddelde van 11 raadplegingen op 9 maanden zwangerschap.
  • 1 op de 2 vrouwen doet vóór de bevalling een beroep op een vroedvrouw. Gemiddeld zien de toekomstige mama en de vroedvrouw elkaar 3 à 4 keer tijdens de zwangerschap. Slechts 15% van deze raadplegingen vinden thuis plaats.
  • Alle toekomstige moeders ondergaan onderzoeken voor klinische biologie, en dat gemiddeld 3 keer op 9 maanden zwangerschap. Het gaat om de traditionele tests, maar ook om onderzoeken naar toxoplasmose (bij 88% van de vrouwen), het cytomegalovirus (80%), hepatitis (70%), hiv (76%), …
  • De morfologische echografie wordt bij 94% van de vrouwen uitgevoerd, gemiddeld 2,4 keer per zwangerschap. Het functioneel echografisch onderzoek van de foetus (in principe enkel bij risicozwangerschappen) wordt dan weer bij 51% van de zwangere vrouwen gedaan, met dezelfde frequentie van 2,4 keer per zwangerschap.
  • Een derde onderzoek is de prenatale cardiotocografie, ook wel monitoring genoemd. Het gaat om een check-up, waarbij het hartritme van de foetus geregistreerd wordt. 3 op de 4 zwangere vrouwen ondergaan deze test, en dat gemiddeld meer dan 3 keer per zwangerschap.

Bevalling

Na 9 maanden zwangerschap vindt dan de langverwachte bevalling plaats. Wat is het aandeel bevallingen met keizersnede? Hoeveel vrouwen bevallen thuis of krijgen een meerling? Enkele cijfers van de Onafhankelijke Ziekenfondsen.

  • 99% van de bevallingen gebeurt tijdens een klassieke ziekenhuisopname. Minder dan 1 op de 100 vrouwen kiest ervoor om thuis te bevallen (0,6%) of via een dagopname (0,4%).
  • In 1 op de 93 zwangerschappen gaat het om een meerling.
  • 22% van de zwangere vrouwen bevalt met een keizersnede. De laatste jaren is het aandeel keizersneden sterk gestegen: in 1987 ging het nog om 10%.
  • We stellen een verschil van bijna 2 hospitalisatiedagen vast tussen een bevalling via natuurlijke weg (4,5 dagen) en een keizersnede (6,4 dagen).
  • Het aantal keizersneden stijgt met de leeftijd van de moeder: van 14,7% bij toekomstige mama’s tussen 15 en 19 jaar tot 25% bij vrouwen vanaf 35 jaar.
  • Bij 11% van de bevallingen is een specifieke ziekenhuisopname van de baby nodig.
  • Het aandeel gehospitaliseerde pasgeborenen ligt hoger na een keizersnede: 20%, tegenover 8% na een natuurlijke bevalling.
  • De helft van de gehospitaliseerde pasgeborenen wordt verzorgd in een Dienst Neonatale Intensieve Zorgen met een gemiddelde verblijfsduur van 11 dagen (voornamelijk door vroeggeboorte, meerling, ademhalingsproblemen, …). Bij de andere helft gaat het om een opname in een dienst voor niet-intensieve neonatologie met een gemiddelde duur van 7 dagen.

Meer info!

Om verder te gaan raadpleeg 'Zwangerschap: te veel onderzoeken 'uit gewoonte'?'

Thématiques: 

Titre: 

De zwangerschap en bevalling in enkele cijfers